|
Tijd
als kleur. Het beeld kan betreden worden. Garden. Tuesday. De elementen
zijn aanwezig. Geel. What about gates. Reacties worden bepaald door de
waarneming en kennis. Woorden en getallen als tekens. Monday. Lezen. Zien
is enkel mogelijk door de beweging van het oog. Verschillende vragen worden
geformuleerd, afhankelijk van de context. Thursday. Construction. Hij
verplaatste zich van locatie naar locatie, nam ter plaatse voortdurend
notities, van de afgelegde weg herinnerde hij zich niets. Wednesday. You
have to make a choice. Water is essentieel. Soms vertrek ik van nul. Fout.
Sunday. Het aftasten van de tussenruimtes. Wit. De val van de waarneming.
Rust en tijd als voorwaarden. Friday. Symbolen en codes worden vertaald.
Can you remember it. Bijvoorbeeld, je tekent, zo, een sterretje, en het
werkterrein is duidelijk gemarkeerd. Saturday. Het wijzigen van voorwaarden
en regels. De delen en de gehelen. Als het donker wordt, veranderen de
proporties. Present. Voorbij de zintuigen en de herinnering.
|